You are here:-, Publicaties, tot en met 2016-Operatie Schone Handen: inhoud moet primeren boven perceptie

Operatie Schone Handen: inhoud moet primeren boven perceptie

Het Studiecentrum Antwerpen overMorgen publiceerde in september 2002 “Tien actiepunten voor tien jaar : visie op een duurzaam politiek beleid”. Onder punt 8 (“Deugdelijk en duidelijk bestuur”) staat duidelijk vermeld : “Deontologie in de administratie en bij politici is een topprioriteit”.

“Integriteit gaat gepaard met een juiste voorbeeldfunctie, geloofwaardigheid en duidelijk leiderschap.”

Antwerpen overMorgen heeft dit actiepunt weerhouden voor het werkjaar 2003 – 2004 en ontvangt in dat verband de Heer Geert Dales, Amsterdams wethouder “Personeel en Organisatie” die het Amsterdamse integriteitsbeleid komt toelichten.

In oktober 1997 startte Dales in Amsterdam met het project “Correct… of corrupt”. Op die manier wilde hij zicht krijgen op de mogelijke risico’s op fraude, corruptie en manipulatie, die in iedere gemeentelijke dienst en ieder stadsdeel aanwezig zijn. Naar aanleiding van de resultaten van dit onderzoek werden vervolgens een “gemeentelijke gedragscode” en een “Bureau Integriteit” opgezet. Daarnaast zorgde hij ervoor dat rechtsbescherming voor zogenaamde klokkenluiders vastgelegd werd in de ambtenaren-CAO.

Ter gelegenheid van de recente perikelen heeft Antwerpen overMorgen een document opgesteld ten behoeve van de politieke partijen omtrent “bestuurlijke integriteit” en formuleert het studiecentrum volgende opmerkingen aansluitend op de nota “Operatie Schone Handen” van de Heer Coveliers en de daaropvolgende stellingname en werkdocumenten van de verschillende politieke partijen te Antwerpen.

(1) Het waarborgen van een “bestuurlijke integriteit” is een werk van lange adem, niet in het minst omdat de situatie in Antwerpen gedurende vele jaren grondig scheef is gegroeid. In Nederland beschouwt de directeur van het “Bureau Integriteit” zijn tijdshorizon als tien jaar, wat niet wegcijfert dat bepaalde mijlpalen op veel kortere termijn kunnen bereikt worden.

(2) Een “Bureau Integriteit” is een deel van de administratie en behoeft geen politieke leiding of politieke arm. In navolging van Amsterdam moet dit geleid worden door een onbesproken figuur, liefst uit de magistratuur.

(3) Naast het opstellen van regels en controle-organismen zijn de functies risico-analyse, vorming en communicatie minstens even belangrijk.

(4) Ten alle prijze moet vermeden worden dat de structuurhervormingen en lange termijnaanpak via symbolische acties (“witter wassen dan wit”) naar de achtergrond geschoven worden. Bestuurlijke integriteit is één van de elementen van een goed functionerende organisatie en vele aandachtspunten lopen parallel met moderne managementtechnieken (functiescheiding, correcte verloning, jobmobiliteit, controle en audit-functies).

(5) De zwakte van de huidige organisatie op niveau van technische en financiële expertise in de huidige stedelijke administratie is een zware handicap om snel tot resultaten te komen. Het verwachtingspatroon voor ingrijpende sanering en wijziging van de bedrijfscultuur op korte termijn moet derhalve gematigd zijn. Externe ingrepen zijn slechts zinvol als zij intern gedragen en verwerkt kunnen worden. Externe hulp moet derhalve gedoseerd en doordacht ingezet worden.

(6) Het uitschrijven van externe audit- en consultancy-opdrachten mag geen voorwendsel zijn om een krachtdadig eigen optreden met duidelijke en eenduidige korte termijnmaatregelen uit te stellen.

(7) Open communicatie zowel intern (personeel en vakbonden) als extern (via de pers en in toespraken) moet zorgen voor een breed draagvlak voor een moeizaam en langdurig verbetertraject. Dit moet tevens vermijden dat maatregelen over de hoofden heen genomen worden. Enkel werken op de perceptie zal zich wreken op de inhoudelijke resultaten. Initiatieven van zelfevaluatie moeten aangemoedigd en zonder verwijl opgestart worden.

Integriteit gaat gepaard met een juiste voorbeeldfunctie, geloofwaardigheid en duidelijk leiderschap.

Het huidige ontwerp van gemeentedecreet voldoet niet aan de noden van een modern management van een grootstad. Naast de aanpassingen voorgesteld door het V.V.S.G. moet de hogere overheid de mogelijkheid creëren de beheersstructuren te differentiëren tussen grote en centrumsteden en landelijke gemeentes.

Een nieuwe samenwerkingscultuur tussen Antwerpen en de hogere overheid moet gecreëerd worden. Antwerpen moet stoppen met zeuren en klagen en het toewijzen van alle leed aan het niet kwijtschelden van de ‘historische’ schuld. De hogere overheid moet meer pro-actief optreden bij het scheppen van een inhoudelijk en operationeel kader voor een efficiënt bestuur van Vlaanderens economische Metropool.

Deze aanbevelingen zullen samen met de conclusies van de werkvergadering van Antwerpen overMorgen met de Heer Dales morgen aan alle politieke partijen overhandigd worden.

 

2018-01-27T15:17:04+00:00